Overslaan en naar de inhoud gaan

Digitale overheid | Stilstaan is geen optie

Publicatie 20 mrt 2015
V.l.n.r. André Regtop en Hans van der Stelt

Waar staan we in 2017?

De Ministerraad heeft in maart 2015 ingestemd met het Digiprogramma en het voorstel voor structurele aanvullende financiering. Waar staan we in 2017? En wat merken burgers en bedrijven van het Digiprogramma? Die vragen staan centraal in een gesprek tussen Hans van der Stelt (directeur bureau Digicommissaris, rechts op de foto) en André Regtop (directeur ICTU, links op de foto). Van der Stelt ziet het Digiprogramma als ‘een eerste stap’. “Het is een strik om alle ambities die we hebben met de digitale overheid en in het bijzonder met de Generieke Digitale Infrastructuur. Naast de inhoud, beschrijft het Digiprogramma hoe we daar op nationaal niveau op willen sturen.”

Deze publicatie staat in Pulse (e-zine ICTU), editie april 2015.

Eerst de basis op orde

“Je kunt goede plannen hebben, maar zonder geld wordt het lastig om iets te realiseren.” Regtop complimenteert het bureau Digicommissaris met het mooie succes dat via de lijn van dit kabinet tot stand is gekomen. “In financiering is voorzien, dan is de volgende vraag wat we ermee gaan doen.” In het Digiprogramma wordt de kern samengevat tot het ‘op orde krijgen van de (inhoudelijke) ambities, de sturing en de financiering van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)’. De gedachte hierachter is dat met de basis op orde een snellere doorontwikkeling en vernieuwing mogelijk is. Van der Stelt noemt in het bijzonder het eID Stelsel, MijnOverheid en de Berichtenbox. “Van het gebruik van de Berichtenbox verwachten we veel. Enerzijds vergemakkelijkt deze voorziening de communicatie voor burgers en bedrijven met de overheid. Anderzijds draagt het voor de overheid natuurlijk fors bij aan efficiëntie.”

De GDI als voorziening is er. Van der Stelt noemt stimuleren van het gebruik één van de prioriteiten van de Digicommissaris . “We gaan het gebruik net als tijdens i-NUP monitoren. Daarbij zijn we ook geïnteresseerd in het antwoord op de vraag waarom partijen nog níet zijn aangehaakt en of er belemmeringen zijn die we kunnen helpen wegnemen. Die informatie bespreken we in de verschillende Regieraden en vervolgens in het Nationaal Beraad.” Op de website van de Digicommissaris wordt die structuur met Regieraden helder uiteengezet. Er zijn 4 Regieraden die zich richten op de clusters van de GDI: identificatie&authenticatie (1), dienstverlening (2), gegevens (3) en interconnectiviteit (4).

Werken volgens NORA

Regtop geeft aan dat een goed werkende GDI wat hem betreft samengaat met het werken volgens de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA). “In mijn optiek moeten alle overheidsprojecten NORA-compliant zijn. Zeker bij keteninformatiseringsprojecten is het delen van dezelfde uitgangspunten, ontwerpprincipes en begrippen van belang”, aldus Regtop. Van der Stelt onderschrijft deze gedachte en verwacht van overheidsorganisaties zoals Logius, KING en ICTU dat zij hierin ‘een aanjagende rol’ op zich nemen.

Sturen op effectiviteit en kwaliteit

Wat wordt de ‘next step’? Ook innovatie en doorontwikkeling staan op de agenda van de Digicommissaris. Van der Stelt: “We willen de partijen in de uitvoering daarbij maximaal betrekken, evenals bedrijven, instellingen en burgers. Als het gaat om de GDI-voorzieningen wil je vooral ook de onderlinge samenhang waarborgen en sturen op een zo breed mogelijke toepassing binnen de overheid en zo mogelijk bij andere partijen met een publieke taak.”

ICTU werkt in projecten aan diverse stelselvoorzieningen en registers en merkt dan, volgens Regtop, het belang van een goede gegevenskwaliteit. “Hoe waarborgen we met elkaar die kwaliteit? Naast effectiviteit is het sturen op kwaliteit ook van belang.” Van der Stelt onderschrijft dat, en legt uit dat de Digicommissaris een parapluprogramma is. “Een beleidsverantwoordelijkheid zoals gegevenskwaliteit kan en wil de Digicommissaris niet overnemen. Echter, zodra een vraag raakt aan de GDI en het betreft een onderwerp dat we op het niveau van het Nationaal Beraad moeten bespreken, dan pakken we dat ook daar op. Daarvoor kun je dan de nu beschikbare governancestructuur goed benutten.”

Klankbordgroep Burgers en Bedrijven

Wat merkt de burger en het bedrijfsleven straks van het Digiprogramma? Dit gaat niet van stel op sprong, en vereist eerst nog een verdiepingslag aldus Van der Stelt. Hij gaat graag met medeoverheden, het bedrijfsleven en burgers in gesprek over de toekomstvisie 2017-2022. “Wij hebben hiertoe in twee klankbordgroepen voorzien, één voor het bedrijfsleven en één voor burgers. Het is niet de vraag óf we als overheid mee moeten met de digitalisering, maar hoe. Mobiel werken, big data; laten we die vraagstukken met elkaar oppakken. Het raakt de infrastructuur, maar ook normatiek zoals beveiliging.”

‘Eenduidige en gebruiksvriendelijke, betrouwbare digitale dienstverlening’, dat is wat de Digicommissaris vooral ambieert. De overheid hoeft door innovatie niet direct een Bol.com te worden. Naast technologische ontwikkelingen raakt het Digiprogramma ook sociale en politieke ontwikkelingen. Als het gaat om innovatie wil de Digicommissaris meer optrekken met publiek/private partijen. Hij noemt als voorbeeld woningcorporaties voor het doorgeven van verhuizingen aan de gemeente. Het nieuwe eID Stelsel ziet Van der Stelt in dit kader als ‘de grootste enabler’ voor vernieuwing en het massaal gebruik van overheidsdienstverlening.

Samenwerking met de markt is nodig

Regtop signaleert een spanningsveld als het gaat om innovatie en de overheid. “Je kunt als overheid niet altijd voorop lopen. Technologische innovaties willen nu eenmaal nog wel eens ‘haperen’ en de overheid moet vooral betrouwbaar en solide zijn.” Tegelijkertijd is het zaak om mee te bewegen. “Je kunt nu een goed Stelsel ontwikkelen, maar voor de uiteindelijke werking ervan ben je deels afhankelijk van de ontwikkelingen in de markt. Denk aan trends zoals het internet of things, mobiele datacombinatie en contactloos betalen.” Volgens Regtop en Van der Stelt moet we als overheid streven naar het vooroplopen in de kennis over nieuwe technologische ontwikkelingen, maar in de uitvoering ervan volgend zijn. De Digicommissaris overweegt hiertoe de oprichting van een zogenaamde 'Regieraad 0' die innovaties op de voet gaat volgen en die toetst in kleine pilots. “Zo kunnen wij met elkaar vaststellen, waar we innovaties willen laten landen en wanneer wij ze met elkaar geslaagd vinden.” Want zoals het Digiprogramma aangeeft: ‘stilstaan is geen optie’.

Reactie toevoegen

Laat een reactie achter