Via digitaal zelfinzicht naar zelfzorg

Publicatie 30 mei 2016

Als het aan Patiëntenfederatie NPCF ligt, kunnen we in 2020 allemaal een digitaal persoonlijk gezondheidsdossier (PGD) hebben. Voorzien van meetapparatuur kunnen chronische patiënten dan weer gewoon met vakantie. Geen verplicht bezoek meer aan het spreekuur, maar zelf prikken en bloedwaarden op een veilige manier digitaal uitwisselen met een behandelend arts. In dit interview met Marcel Heldoorn (NPCF, links) en Herko Coomans (ICTU, rechts) leest u hoe PGD's bijdragen aan meer regie over gezondheid voor iedereen, en waarom de implementatie van PGD's nu zo kansrijk is.

Deze publicatie staat in Pulse (e-zine ICTU), editie april 2016. Abonneren? Ga naar online inschrijven.

'Meer regie over gezondheid’

PGD's worden een succes omdat ze volgens Heldoorn duidelijke meerwaarde bieden voor zowel de patiënt, de zorg- of gezondheidsprofessional, als de investeerder. En omdat ze het inzicht in en de regie over de eigen gezondheid vergroten, bijdragen aan meer onafhankelijkheid en vertrouwen, en aspecten als veiligheid en privacy borgen.

Heldoorn is kwartiermaker van het programma ‘Meer regie over gezondheid’ dat recent van start is gegaan. Een brede zorgcoalitie en de overheid werken dit jaar aan afspraken, standaarden en basiseisen die nodig zijn voor het uitwisselen van gezondheidsinformatie. Brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS financieren het programma. Patiëntenfederatie NPCF, Nictiz en VWS zijn verantwoordelijk voor de projecten binnen het programma. NPCF heeft de coördinatie.

Geen dossier, maar platform

PGD klinkt als EPD… Een ongelukkige en onjuiste vergelijking als je het aan Heldoorn vraagt. ‘Een PGD is niet één digitaal dossier, maar een combinatie van toepassingen en apps. Zie het als een persoonlijk hulpmiddel voor als je met je gezondheid bezig bent. Een platform dat patiëntgegevens, data uit wearables en medische apps integreert.’ Doel: door beter inzicht, patiënten meer regie geven over de eigen gezondheid, vanuit de visie dat zelfinzicht resulteert in zelfzorg.

Slim gebruikmaken van gegevens

Een PGD neemt straks een veelgehoorde klacht weg: miscommunicatie in het geval van wisselende zorgaanbieders. Het telkens opnieuw moeten uitleggen van het medisch verleden is voor veel patiënten bovendien een doorn in het oog. Met een PGD behoort dat hopelijk snel tot de verleden tijd. Heldoorn: ‘PGD's brengen verschillende bronnen bij elkaar, zodat patiënten en zorgprofessional gegevens kunnen hergebruiken.’

Voor de zorgaanbieder geldt dat hij meer proactief kan handelen. Zodra bijvoorbeeld meetwaarden, die een patiënt zelf bijhoudt en beschikbaar stelt aan de dokter te hoog of te laag worden, ontvangt de arts direct een waarschuwing.

Betere zorg op een slimme manier regelen, waarbij de patiënt echt centraal staat, dat is waar PGD's aan moeten gaan bijdragen.

Patiënt centraal

2020 lijkt misschien nog ver weg, maar verschillende partijen nemen inmiddels diverse initiatieven voor versterking van de informatiepositie van patiënten en zorgprofessionals. Heldoorn ziet nog wel veel ‘versnippering’. ‘Ziekenhuizen implementeren verschillende elektronische patiëntendossiers. En je ziet ook een ‘Mijn-enveld’ aan online portalen ontstaan. Straks wordt het mogelijk om gegevens uit die verschillende systemen met elkaar in verband te brengen in je eigen online gezondheidsomgeving.’ Coomans legt uit wat daarvoor nodig is: standaarden en afspraken.

'Een PGD is niet één digitaal dossier, maar een combinatie van toepassingen en apps. Zie het als een persoonlijk hulpmiddel voor als je met je gezondheid bezig bent.'

Afsprakenstelsel verbindt

Coomans is betrokken bij de ontwikkeling van een afsprakenstelsel vanuit zijn rol als projectleider Regiebureau Informatievoorziening Zorg van het ministerie van VWS. Hij put daarbij uit flink wat jaren ervaring met de implementatie van allerlei e-overheidsbouwstenen.

‘Voor het NUP ontwikkelden we als overheid in samenhang standaarden en bouwstenen voor zaken als veilig inloggen en het digitaal uitwisselen van gegevens.’ Hij noemt het afsprakenstelsel eHerkenning als voorbeeld.’ Die verschillende e-overheidsvoorzieningen zijn nu in gebruik bij gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties, met zoiets als een vooraf ingevulde belastingaangifte als resultaat. Hiervoor put de Belastingdienst uit meer dan 40 overheidsbronnen.’

Voor de eindgebruiker – de patiënt in dit geval – moeten de verschillende digitale diensten en apps bij elkaar komen om zo ook een samenhangend geheel te vormen. ‘Het afsprakenstelsel, waar VWS nu aan werkt, brengt de partijen bijeen. En committeert tot werken volgens dezelfde randvoorwaarden,’ aldus Coomans.

Het afsprakenstelsel bepaalt de spelregels en vormt een soort waarborg voor partijen - patiënten, zorgprofessionals, leveranciers, dienstenaanbieders en investeerders - die toetreden.

Heldoorn en Coomans verwachten dat het afsprakenstelsel de consumenten eHealth – waar een enorme push van uitgaat - naar een hoger niveau brengt. Daarbij wijst Coomans op een recent onderzoek uit Japan over de kwaliteit van commerciële versus klinisch geteste wearables: buiten de prijs lijkt er nauwelijks verschil. Coomans: ‘De ontwikkelingen gaan snel en het gat met sommige medische applicaties zal steeds kleiner worden.’ Wat de potentie van zelfzorg nog groter maakt.

Naar sociale innovatie

Het besef dat de zorg gaat veranderen door informatietechnologie dringt wereldwijd door. Grote internationaal opererende commerciële bedrijven zetten massaal in op de zorg en investeren inmiddels meer dan de farmaceutische industrie. Heldoorn wil vaart maken. ‘Uiteindelijk draait het om sociale innovatie. Daarom willen we nu – met een coalition of the willing - ervaringen opdoen met kleinschalige initiatieven en die bij succes uitbouwen en opschalen.’

banner eHealth week.jpg

eHealtweek 2016

In aanloop naar de eHealthweek 2016 organiseerden we bij ICTU medio mei een ICTU Café over eHealth. Met onder andere bijdragen van: Margo Brands (Patiëntenfederatie NPCF), Vincent van Pelt (NICTIZ), Maarten Louman (Qiy) en Herko Coomans (ICTU).

Herko Coomans is (vanuit het ministerie van VWS) betrokken bij de de organisatie van eHealthweek 2016 dat van 8 tot 10 juni plaatsvindt in Amsterdam. Meer informatie? Kijk op ehealthweek.org.

Reactie toevoegen

Laat een reactie achter