Innovatie in de zorg

Publicatie 17 jun 2015

'Mensen worden hun eigen dokter'

De zorg gaat veranderen, met (informatie-)technologie als drijver van innovatie en smartphones als belangrijke drager. Theo Hooghiemstra, directeur van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RV&S, links op de foto) verwacht een forse groei van consumenten eHealth. “Grote internationaal opererende en commerciële (ICT-)bedrijven zetten massaal in op de zorg. Die bedrijven investeren inmiddels meer in de zorg dan de totale farmaceutische industrie.” De RV&S adresseert daarbij enkele kritische vraagstukken. Bijvoorbeeld over de zeggenschap van de data: “Laten we die over aan de commercie?” Hooghiemstra gaat in gesprek met Herko Coomans (ICTU, rechts op de foto), werkzaam als projectleider Regiebureau Informatievoorziening Zorg bij het ministerie van VWS.

Deze publicatie staat in Pulse (e-zine ICTU), editie juli 2015. Abonneren? Ga naar online inschrijven.

Wordt consumenten eHealth een game changer?

De RV&S is op 1 januari 2015 ontstaan uit een samenvoeging van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). De RV&S denkt vanuit haar onafhankelijke en strategische adviesrol vooruit over verschillende beleidsterreinen in de volksgezondheid en samenleving. De RV&S stelt vanzelfsprekendheden aan de kaak, doorbreekt waar nodig taboes en reikt fundamenteel nieuwe manieren van kijken aan. Hij bevraagt kritisch en onafhankelijk zowel degenen die verandering propageren als degenen die verandering afremmen.

Op de vraag welke innovaties de RV&S op de zorg af ziet komen, noemt Hooghiemstra de groei van consumenten eHealth. “De ontwikkelingen van de (informatie-)technologie gaan heel snel. Er ontstaan steeds meer toepassingen, onder andere via apps op smartphones, die het mogelijk maken om zelfdiagnostiek en zelfbehandeling te doen, dus eigen dokter te worden.” Coomans vult aan dat deze trend zich op dit moment vooral nog richt op het stimuleren van een gezonde levenswijze en preventie. “De trend is dat mensen ook zelf dokter worden door zelfdiagnostiek en zelfbehandeling.” Klinkt positief. Toch blijkt tijdens het gesprek al snel dat aan consumenten eHealth flinke haken en ogen zitten.

De RV&S waarschuwt onder andere voor een meer dominante rol van commerciële bedrijven op de zorgmarkt, organisaties zoals Apple, Google en Microsoft. Hooghiemstra vergelijkt deze trend met de groei van big data, de ontwikkeling van biobanken, genetica en neurodata en stelt vast dat het onvermijdelijk gaat leiden tot ‘verschuivende verhoudingen’, hoewel deze ontwikkelingen soms ook als een hype werden of worden gepresenteerd. “Wij vragen dan ook aandacht van de overheid voor de zeggenschap van de data. De zeggenschap moeten we niet aan de commercie overlaten. Zodra data het reguliere zorgdomein verlaten, dan is het medisch beroepsgeheim daar niet meer op van toepassing.” Hooghiemstra heeft hierover (met collega Neeltje Vermunt) een interessant essay geschreven ‘Naar een persoonlijk gezondheidsdossier dat werkt’.

Hooghiemstra ervaart de aanjagende functie van private partijen als positief. Hij ziet dat artsen en ziekenhuizen nu verschillende initiatieven ontplooien op het gebied van consumenten eHealth. Tegelijkertijd stelt de overheid zich nog terughoudend op terwijl zij de randvoorwaarden moet bepalen. Wordt eHealth een game changer?

Vervlechting van informatie

In de zorg leiden technologische innovaties niet altijd tot substitutie, legt Hooghiemstra uit. “Een arts is en blijft verantwoordelijk en aansprakelijk, en wil dan ook zelf zijn diagnose stellen. Als het gaat om zorgapps en de invloed van mobiele technologie zijn die klinisch niet automatisch bruikbaar. Om die reden denkt een groot deel van de zorgaanbieders: dit waait wel over. Disruptieve ontwikkelingen a la Uber en Airbnb zal je in de zorg niet zo snel zien.” Toch verwacht de RV&S veel veranderingen door het groeiende aanbod van consumenten eHealth. Daarvoor moeten wel eerst nog enkele stappen worden gezet. Hooghiemstra vervolgt: “Als je de twee werelden gescheiden houdt, dan kun je elkaar niet versterken en heb je dus ook geen baat van elkaar. Wij denken dat een vervlechting van de informatie die een patiënt zelf heeft met de informatie waarover de dokter beschikt, tot betere zorg kan leiden. Dat vraagt ten eerste om het beslechten van barrières op het gebied van gegevensuitwisseling, privacy en kwaliteit.”

“Is de overheid in staat om deze taak goed te vervullen en kan zij de juiste randvoorwaarden invullen?”, vraagt Coomans zich af. Hooghiemstra draait de vraag om: kunnen private partijen dit wel als het gaat om persoonsgegevens? Dat is volgens hem niet zonder meer te verwachten. “Wij hebben gemerkt dat belangen vaak een te grote rol spelen. Als de betrokken partijen er onderling niet uit komen, is een stok achter de deur nodig en zal de minister bepaalde standaarden moeten opleggen.”

Huidige spelregels zijn aan vernieuwing toe

De financiering van de zorg is voor een groot deel bepalend voor innovatie van de zorg. De overheid heeft daarmee een belangrijk instrument in handen, naast wetgeving als het gaat om het waarborgen van bijvoorbeeld de privacy van gegevens. Als je daar de stimulerende functie van de markt aan toevoegt, dan is publiek-private samenwerking volgens Hooghiemstra de meest ideale situatie.

Coomans heeft VWS geadviseerd bij het inrichten van het Informatieberaad waar de overheid met zorgaanbieders om de tafel zit. De RVZ heeft destijds in zijn advies Patiënteninformatie dit Informatieberaad geadviseerd. “De vraag om regie over gegevensstandaarden is heel sterk. Zowel vanuit de RV&S als de IGZ. Maar je moet knopen doorhakken over hoe artsen werken en over welke nieuwe spelers onder welke condities tot de markt worden toegelaten. Dat kan de overheid niet alleen. Het Informatieberaad zet wel een bewuste stap die richting op door structureel met elkaar in gesprek te blijven en collectieve afspraken te maken over de verbetering van de informatievoorziening.”

“Het is verleidelijk om te denken dat consumenten eHealth iets is van de markt”, reageert Hooghiemstra. Als je ervan wilt profiteren dan moeten de overheid en de zorginstellingen hier, volgens hem, proactief op anticiperen. Hij noemt als voorbeeld het UMC Utrecht dat zelf het initiatief heeft genomen om patiënten real-time inzage te geven in het eigen zorgdossier. Coomans adresseert daarbij het ethische vraagstuk dat patiënten hierdoor soms eerder dan hun arts labresultaten kunnen inzien. Dat stuitte op verzet van bepaalde artsen. Toch heeft de raad van bestuur het standpunt ingenomen dat artsen met deze nieuwe situatie moeten leren werken.

De huidige spelregels zijn aan vernieuwing toe, is de eensluidende conclusie. De overheid heeft daarbij een belangrijke rol en mag die ook nadrukkelijk naar zich toetrekken.

Reactie toevoegen

Laat een reactie achter